Onderzoeksreferentie 2025: pensioen € 770,26 en 21,0% werkgeversbijdrage (hoofdstuk 10.2); 25 vakantiedagen als modus en gemiddeld 1,3 wachtdagen (modus 2; hoofdstukken 10.3 en 10.4); BIG € 9,86 bij een jaarlijkse kostprijs van € 17 (58% vergoeding; 11.1); FDV-lidmaatschap € 8,30 bij een lidmaatschapsprijs van € 105 (11.2); KRF NL/SKF € 284,27 en 77,5% (11.4). De BIG-samenvatting in hoofdstuk 11.8 noemt € 8,95; dit instrument hanteert de detailberekening uit 11.1 en vermeldt dit bronverschil expliciet.
Pensioen: de gerapporteerde € 770,26 komt overeen met afgerond 21% van een geschatte SPF-premie in 2025. Het rekenmodel gebruikt de vaste SPF-premie van € 3.719,16 per jaar (met partner, zonder PVI). De gewenste bijdrage blijft instelbaar als percentage van dit vaste bedrag. De bestaande vergoeding van € 770,26 wordt apart cumulatief naar 2027 geïndexeerd. Bij 100% is de gewenste vergoeding gelijk aan de vaste rekenpremie.
Reiskosten: het rapport 2025 geeft geen gemeten gemiddeld betaalde vergoeding, maar een referentiescenario (€ 0,19/km × 2 × 15,6 km × 227 dagen = € 1.345,66). In het cao-model is de enkele-reisafstand vast 15,6 km; het aantal reisdagen volgt automatisch de werkbare dagen bij gekozen vakantiedagen. De € 0,19/km wordt als historische modelreferentie naar 2027 geïndexeerd; de gewenste vergoeding blijft het ingevulde tarief. Kalender 2027: 261 weekdagen, 5 feestdagen op werkdagen (Nieuwjaar, tweede paasdag, Koningsdag, Hemelvaart, tweede pinksterdag), de overeengekomen vakantiedagen en 4 veronderstelde ziektedagen. Dit zijn alleen minder reisdagen, geen extra aftrek op het contractuele loon. Goede Vrijdag en 5 mei zijn niet standaard als vrije dagen aangenomen.
Vakantiedagen: de gewenste waarde wordt ingevuld in de rij 'Vakantiedagen' van dit blok. Extra dagen worden gewaardeerd met één dag loon inclusief vakantiegeld op het P50-referentiesalaris: P50-bruto jaarloon 2027 inclusief vakantiegeld ÷ (52 weken × 5 werkdagen). Dit is de loonwaarde van betaalde vrije tijd, géén extra bruto loonbetaling. Een financieel effect op vervanging/productie is niet onderzocht.
Wachtdagen: het scenario veronderstelt twee afzonderlijke ziekmeldingen van ieder twee werkdagen per jaar. Onderzoeksreferentie: gemiddeld 1,3 wachtdagen, met 2 dagen als modus in 2025. De jaarwaarde van de wijziging = 2 ziekmeldingen × (1,3 gemiddelde wachtdagen − gewenste wachtdagen) × (bruto jaarloon exclusief vakantiegeld ÷ 260 contractdagen). Een wens van 2 dagen geeft daardoor een negatieve uitkomst tegenover het onderzoeksgemiddelde. Dit is een scenario op basis van het populatiegemiddelde, niet een vergelijking met de feitelijke afspraak van elke werknemer. Het betreft een expliciete onderhandelingsaanname, geen gemeten ziekteverzuimfrequentie. De loonwaarde is voor de werknemer; bij volledige doorbetaling een directe werkgeverlast vóór eventuele aanvullende premies.
BIG-registratie: actuele prijs voor 2027 volgens de gekozen onderhandelingsinvoer: € 121 per vijf jaar = € 24,20 per jaar. Het gewenste vergoedingspercentage wordt daarop toegepast. De historische werkgeversvergoeding van € 9,86 uit 2025 blijft in de kolom huidige situatie staan, zodat het verschil zowel de nieuwe prijs als de gekozen cao-afspraak omvat. Vakbond: nieuwe prijs in dit voorstel € 115 per jaar; vergoeding blijft een absoluut bedrag. Registerkosten: het gewenste percentage wordt berekend over de onderzoeksreferentie van € 366,60 per jaar. De bron vermeldt afgerond 77,5% en € 284,27; bij exact 77,5% is het rekenkundig € 284,12, een afrondings-/brondiscrepantie van € 0,15.
Rekenjaar: de huidige geldelijke werkgeversvergoedingen uit het onderzoek 2025 worden wél cumulatief met de ingevoerde NZa-percentages naar 2027 geïndexeerd. De nieuwe BIG- en FDV-prijzen zijn afzonderlijk vermeld; de gewenste BIG-vergoeding wordt over de prijs van 2027 berekend. De loonwaarde van vakantie en wachtdagen volgt het geïndexeerde P50-referentiesalaris van de gekozen groep voor 2027. Werkgeverspremies over eventuele als loon aangemerkte vergoedingen zijn niet in de subtotalen verwerkt.
Bron: Fysiovakbond FDV, Arbeidsvoorwaarden in de eerstelijns fysiotherapie 2025, pagina's 49–51, 54–58 en samenvatting p. 61.